ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, viel uit wegens lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af.
Na bezwaar en een hoorzitting werd de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aangepast, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er geen medische gronden waren om de beperkingen verdergaand aan te nemen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen door artrose, hartklachten en medicatie onvoldoende waren meegenomen. De Raad oordeelde echter dat de medische onderzoeken, inclusief die van diverse specialisten, zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de FML een juiste weergave gaf van zijn belastbaarheid.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor de voorgestelde functies en dat het bestreden besluit terecht is gehandhaafd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en handhaaft het besluit van het UWV.