ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking Wajong-uitkering na beoordeling medische beperkingen en arbeidsmogelijkheden
Betrokkene ontving een Wajong-uitkering die door het UWV per 4 september 2006 werd ingetrokken wegens een afgenomen arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Betrokkene maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank stelde deskundigen aan die een invaliderende somatisatiestoornis met chronische depressie constateerden en oordeelde dat het besluit niet op een deugdelijke medische grondslag was gebaseerd, met name vanwege onvoldoende erkenning van concentratieproblemen, taalbeheersing en noodzaak tot urenbeperking.
Het UWV ging in hoger beroep en voerde aan dat de beperkingen juist waren vastgesteld, dat concentratieproblemen niet bewezen waren en dat een urenbeperking niet medisch noodzakelijk was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de concentratie van betrokkene adequaat was beoordeeld, dat de taalbeheersing geen aanleiding gaf tot extra beperkingen en dat een reïntegratietraject naar fulltime arbeid mogelijk was zonder medische noodzaak voor urenbeperking.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd het besluit van het UWV tot intrekking van de Wajong-uitkering bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de Wajong-uitkering blijft in stand.