ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering bij medische beperkingen
Appellant, die sinds 1995 hartproblemen en sinds 1999 arm- en longklachten heeft, ontvangt sinds 2000 een WAO-uitkering berekend op 15-25% arbeidsongeschiktheid. Het UWV handhaafde dit besluit in 2007, waarop appellant hoger beroep instelde. Medische onderzoeken, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld door verzekeringsartsen, hielden rekening met alle klachten, inclusief polyneuropathie in de benen.
De arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies voor appellant, waarvan na hoger beroep vier functies overbleven die passend werden geacht. Appellant betoogde dat de FML onvoldoende rekening hield met zijn beenklachten, maar dit werd door de Raad verworpen omdat de medische rapporten duidelijk aangaven dat deze klachten wel waren meegenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende had toegelicht dat de resterende functies geschikt zijn en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep ongegrond verklaarde. Het hoger beroep van appellant slaagde daarmee niet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om de WAO-uitkering van appellant ongewijzigd voort te zetten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15-25%.