ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op het eerdere besluit van 29 april 2003, waarbij hem een WAO-uitkering per 23 september 1997 werd geweigerd. Dit verzoek werd ondersteund door verklaringen van zijn behandelend psychiater, R.W. Jessurun.
Het UWV handhaafde het eerdere besluit, stellende dat de nieuwe medische informatie geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevat die aanleiding geven tot herziening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat er in juli 2002 geen recente medische informatie beschikbaar was over de periode 1997 tot 2002, waardoor hij in bewijsnood verkeerde. De Raad overwoog echter dat de informatie van Jessurun weliswaar nieuw was, maar niet kwalificeerde als een nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep kon zich volledig vinden in de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af, waarmee de weigering van de WAO-uitkering definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een WAO-uitkering toe te kennen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.