ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en vernietiging bestreden besluit met instandhouding rechtsgevolgen
Appellante kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken door het UWV, dat haar arbeidsongeschiktheid op 10 januari 2007 beëindigde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat haar beperkingen voldoende waren meegewogen. Appellante voerde onder meer aan dat haar psychische klachten en spierspanningshoofdpijn onvoldoende werden erkend, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd vanwege gebrek aan onderbouwing.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel over de medische grondslag, verwijzend naar een rapport van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad acht de medisch geschiktheid van de voorgestelde functies passend. Echter, omdat het UWV pas in hoger beroep met een arbeidsdeskundig rapport een voldoende motivering voor de geschiktheid van functies heeft gegeven, vernietigt de Raad het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek.
Desondanks laat de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.