Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9299

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5446 WSF
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek draagkrachtmeting wegens niet tijdig aanleveren bewijsstukken

Appellante heeft een verzoek om draagkrachtmeting ingediend, maar heeft het benodigde formulier en bewijsstukken niet binnen de gestelde termijn aangeleverd. De IB-Groep heeft daarop het verzoek niet verder in behandeling genomen. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en geoordeeld dat appellante verwijtbaar heeft gehandeld door niet tijdig haar belastingaangifte en inkomensverklaring aan te leveren en geen uitstel te vragen toen zij dit niet kon doen.

De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank. Het feit dat appellante eerder onder de continuantenregeling viel, maakt dit niet anders. De Raad benadrukt dat appellante na het verleende uitstel tot 21 mei 2007 had moeten verzoeken om verdere uitstel, wat zij heeft nagelaten. Daarnaast is het besluit tot verlaging van het aflossingsbedrag per 1 augustus 2007 niet onderwerp van het geschil.

De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de IB-Groep blijft in stand.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de IB-Groep blijft in stand.

Uitspraak

08/5446 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 juli 2008, 07/2872
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep).
Datum uitspraak: 2 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2009. Appellante is verschenen. Voor de IB-Groep is verschenen mr. K.F. Hofstee.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 11 september 2007 heeft de IB-Groep ongegrond verklaard het bezwaar van appellante tegen het besluit van 6 juni 2007, waarbij haar verzoek om draagkrachtmeting niet verder in behandeling is genomen op de grond dat niet binnen de gestelde termijn het formulier Draagkrachtmeting met de gevraagde bewijsstukken is toegezonden.
2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 11 september 2007 ongegrond verklaard.
2.2. In haar uitspraak, waarin appellante is aangeduid als eiseres en de IB-Groep als verweerster, heeft de rechtbank het volgende overwogen:
“De rechtbank stelt vast dat eiseres op 28 januari 2007 een verzoek om draagkrachtberekening 2007 heeft ingediend. Hierop heeft verweerster in haar brief van 13 maart 2007 aan eiseres verzocht om het formulier draagkrachtmeting 2007 in te sturen en nadere informatie te verstrekken. Op 24 april 2007 is desgevraagd aan eiseres uitstel verleend van de termijn tot 21 mei 2007. Aangezien er geen formulier draagkrachtmeting met gevraagde bewijsstukken van eiseres is ontvangen binnen de gestelde termijn heeft verweerster bij besluit van 6 juni 2007 aan eiseres meegedeeld dat haar verzoek niet verder in behandeling is genomen. Hiermee heeft verweerster toepassing gegeven aan artikel 4:5, vierde lid, van de Awb.
Uit de brief van eiseres van 28 januari 2007 blijkt dat zij op dat moment haar belastingaangifte voor 2005 nog niet heeft ingediend. Uit haar brief van 27 maart 2007 komt naar voren dat zij dan haar belastingaangifte heeft verstuurd, maar nog niet de beschikking heeft over de inkomensverklaring 2005. Naar het oordeel van de rechtbank is het, door het niet tijdig invullen van haar belastingpapieren voor 2005, aan eiseres verwijtbaar dat haar draagkracht niet meer automatisch is berekend en ook dat zij niet tijdig over de inkomensverklaring 2005 kon beschikken. Voorts heeft eiseres nagelaten om een nadere verlenging van de inzendtermijn te vragen toen bleek dat zij voor het einde van de verleende termijn op 21 mei 2007 nog niet beschikte over de inkomensverklaring 2005. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerster in redelijkheid van haar bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken om het verzoek van eiseres om een draagkrachtmeting voor het jaar 2007 niet verder in behandeling te nemen.”
3.1. De Raad kan zich verenigen met deze overwegingen van de rechtbank. Dat appellante, naar zij heeft gesteld, tot 2007 al jaren in de “continuantenregeling” zat, maakt dit niet anders. Uit het Bericht Terugbetalen 2007 van 6 januari 2007, waarbij is vastgesteld welk bedrag zij vanaf 1 januari 2007 maandelijks dient te betalen ter aflossing van haar studieschuld, kon zij opmaken - en heeft zij ook opgemaakt - dat van een continuering van de wijze waarop zij tot 1 januari 2007 haar studieschuld afloste, geen sprake meer was. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het op de weg van appellante had gelegen om nadat haar op 24 april 2007 uitstel was verleend tot 21 mei 2007 en haar bleek dat zij niet voor 21 mei 2007 de gevraagde gegevens kon verstrekken, wederom om uitstel te verzoeken. Dit heeft zij nagelaten.
3.2. Aan het vorenstaande voegt de Raad nog toe dat het besluit van 6 augustus 2007, waarbij het bedrag dat appellante maandelijks dient te betalen ter aflossing van haar studieschuld per 1 augustus 2007 is verlaagd, geen onderwerp van dit geschil is. Aan het gestelde door appellante over de ingangsdatum van deze verlaging, moet de Raad dan ook voorbijgaan.
3.3. De aangevallen uitspraak dient daarom te worden bevestigd.
4. Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2009.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) T.J. van der Torn
EK