ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35 tot 45%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische rapportage en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig waren uitgevoerd en appellant geen objectieve gegevens had overgelegd die tot een ander oordeel zouden leiden.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn pijnklachten en ernstige depressie onvoldoende in aanmerking waren genomen en dat hij ongeschikt was voor de aan hem toegerekende functies. Hij overlegde medische verklaringen en rapportages van geestelijke gezondheidszorginstellingen ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de nieuwe medische gegevens onvoldoende aanleiding gaven om het eerdere oordeel te herzien. De psychische klachten waren niet zodanig ernstig dat deze tot grotere beperkingen leidden dan eerder vastgesteld. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als voldoende gemotiveerd en passend beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.