ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante ontving sinds 1996 een WAO-uitkering wegens ernstige lichamelijke en psychische klachten. In 2006 werd deze uitkering ingetrokken omdat zij geschikt werd geacht voor passende arbeid. Hiertegen werd bezwaar gemaakt, maar dit werd ongegrond verklaard. Appellante verzocht vervolgens om terug te komen op deze besluiten, onder verwijzing naar medische rapporten.
Het UWV wees dit verzoek af omdat de medische informatie geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatte, maar slechts een andere medische waardering inhield. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat alleen bij nieuwe feiten of omstandigheden herziening mogelijk is.
In hoger beroep benadrukte appellante de ernst en verergering van haar klachten, maar de Raad oordeelde dat verergering geen nieuw feit is en dat het UWV terecht het verzoek afwees. Medische rapporten die na het bestreden besluit waren opgesteld, konden niet worden betrokken. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en vond geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op de intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.