ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant was sinds 1995 werkzaam als algemeen medewerker en ontving vanaf 1996 een WAO-uitkering vanwege gezondheidsklachten. Na een herbeoordeling in 2007 trok het UWV de WAO-uitkering in, omdat appellant volgens medisch en arbeidskundig onderzoek minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat appellant geen nieuwe medische gegevens had ingebracht. Ook werd vastgesteld dat de maatmaninkomenberekening terecht was gebaseerd op werkzaamheden van 32 uren per week.
De Centrale Raad van Beroep deelt dit oordeel en ziet geen reden om af te wijken van de rechtbank. De Raad oordeelt dat de functies waarop het besluit is gebaseerd passend zijn en dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedraagt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 30 oktober 2007 wordt bevestigd wegens minder dan 15% verlies aan verdiencapaciteit.