ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en boete wegens niet-naleving mededelingsplicht toeslagenwet
Appellante ontving vanaf 1 juli 2004 een toeslag op haar uitkering ingevolge de Toeslagenwet. Het UWV ontdekte in april 2006 dat zij tevens pensioeninkomsten ontving, wat haar recht op toeslag beïnvloedde. Het UWV schortte de toeslagbetaling op en trok deze in. Vervolgens werd de ten onrechte ontvangen toeslag teruggevorderd en een boete opgelegd wegens het niet verstrekken van juiste inlichtingen.
Appellante voerde aan zich niet bewust te zijn geweest van het onterecht ontvangen van toeslag en stelde dat zij het pensioen in 2003 aan een arbeidsdeskundige van het UWV had gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het UWV verplicht was tot terugvordering en dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te zien.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en benadrukte dat appellante niet voldeed aan haar mededelingsplicht, onder meer door het niet vermelden van het pensioen op het inlichtingenformulier van december 2004. Ook werd geoordeeld dat de enkele vermelding in het arbeidskundig rapport onvoldoende was. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering of boete af te zien. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van toeslag en de boete wegens schending van de mededelingsplicht.