Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9977

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-5773 WSF + 05-343 WSF + 05-2249 WSF
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door Informatie Beheer Groep

De Informatie Beheer Groep (appellante) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Tijdens het proces nam appellante nadere besluiten en vroeg de Raad om ook hierover een oordeel te geven. Uiteindelijk trok appellante het hoger beroep in op 10 juli 2009.

Betrokkene verzocht de Raad appellante te veroordelen tot betaling van proceskosten. De Raad stelde vast dat volgens artikel 21a van de Beroepswet bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad oordeelde dat appellante in de proceskosten van betrokkene moest worden veroordeeld.

De proceskosten werden begroot op € 4.186,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, gebaseerd op de verschillende handelingen van betrokkene tijdens de procedure. De Raad bepaalde dat appellante dit bedrag aan de griffier van de Raad moet betalen. De uitspraak werd gedaan door G. van der Wiel op 25 september 2009.

Uitkomst: Appellante wordt veroordeeld tot betaling van € 4.186,- aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

04/5773 WSF
05/343 WSF
05/2249 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, (hierna: appellante)
tegen de uitspraak van de rechtbank van Rotterdam van 24 september 2004, 03/800 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[betrokkene], (hierna: betrokkene)
en
appellante.
Datum uitspraak: 25 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Op 31 december 2004 en 8 april 2005 heeft appellante nadere besluiten genomen.
Bij brief van 20 januari 2005 en 18 april 2005 heeft de Raad besloten tevens een oordeel te geven over de bovengenoemde nadere besluiten. Deze zaken zijn geregistreerd onder de nummers 05/343 WSF en 05/2249 WSF.
Bij brief van 10 juli 2009 heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.
Mr. H.A.T. Vijftigschild, advocaat te Rotterdam, heeft namens betrokkene aan de Raad verzocht appellante te veroordelen in de proceskosten.
Appellante heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellante in de proceskosten van betrokkene is gedaan.
De Raad ziet aanleiding om appellante te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 4.186,- in hoger beroep (1 punt voor het verweerschrift, 2 keer 0,5 punt voor het indienen van gronden tegen de nadere besluiten, 0,5 punt voor het op verzoek verstrekken van inlichtingen, 2 keer 1 punt voor het geven van een gevraagde reactie op de arresten Bidar en Förster en 2 keer 1 punt voor het bijwonen van de zittingen; wegingsfactor 2).
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt appellante in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 4.186,-, te betalen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 september 2009.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) T.J. van der Torn.
CVG