ECLI:NL:CRVB:2009:BK0043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering voor godsdienstleraar met knieklachten
Appellant, een godsdienstleraar, heeft zijn werkzaamheden gestaakt vanwege knieklachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde dat appellant met inachtneming van zijn medische beperkingen in staat was zijn maatgevende arbeid te verrichten en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het oordeel van een door haar ingeschakelde orthopedisch chirurg als doorslaggevend beschouwde.
In hoger beroep betwistte appellant dit oordeel, maar de Centrale Raad van Beroep volgde het deskundigenrapport en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waarin appellant als volledig geschikt voor zijn eigen werk werd beoordeeld. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het deskundigenoordeel, mede omdat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en gebaseerd op eigen onderzoek en relevante medische beelden.
Appellants stelling dat zijn gezondheidssituatie was verbeterd door het verminderen van werkzaamheden werd verworpen wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. Ook medische gegevens over een latere knieoperatie gaven geen reden tot twijfel aan het oordeel over zijn belastbaarheid op de relevante datum. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.