ECLI:NL:CRVB:2009:BK0060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering en toetsing van intrekkingsbesluit met terugwerkende kracht
Appellante, met Surinaamse nationaliteit en sinds 2000 in Nederland, ontving bijstand vanaf 1 maart 2004. Bij besluit van 22 december 2006 werd haar bijstand beëindigd per 1 januari 2007, dit besluit werd gehandhaafd bij bezwaar van 22 maart 2007 en is onaantastbaar geworden omdat er geen beroep tegen is ingesteld.
Vervolgens werd bij besluit van 28 februari 2007 de bijstand met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 19 augustus 2004. Dit intrekkingsbesluit werd in bezwaar op 19 april 2007 niet-ontvankelijk verklaard, maar bij besluit op bezwaar van 26 juli 2007 werd het intrekkingsbesluit ingetrokken en werd bepaald dat de bijstand niet met terugwerkende kracht wordt ingetrokken.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en verklaarde het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het intrekkingsbesluit ook de beëindiging van de bijstand zou betreffen en dat het eerdere beëindigingsbesluit buiten werking was gesteld. De Raad oordeelt dat het intrekkingsbesluit uitsluitend betrekking heeft op de terugwerkende intrekking en dat het eerdere beëindigingsbesluit onaantastbaar is. De verwijzing naar het eerdere besluit is slechts informatief. Daarom bevestigt de Raad de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het geschil over de beëindiging van de bijstand per 1 januari 2007 niet aan de orde kan komen omdat het besluit op bezwaar onaantastbaar is geworden.