ECLI:NL:CRVB:2009:BK0065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens inkomsten uit arbeid bij maat in maatschap
Appellant, een zelfstandig dierenarts, ontving een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde de uitkering over de jaren 2004 en 2005 omdat appellant inkomsten uit arbeid had, waaronder een deel van de particuliere arbeidsongeschiktheidsuitkering van zijn maat binnen de maatschap.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en oordeelde dat het deel van de maatmanuitkering dat appellant ontving, als inkomen uit arbeid moet worden aangemerkt. Appellant stelde dat deze uitkering in mindering gebracht moest worden op zijn inkomen en dat het UWV ten onrechte uitging van een maatmanomvang van 38 uur per week.
De Raad volgt de rechtbank en stelt vast dat de maatmanuitkering een vergoeding is voor waarneming binnen de maatschap en derhalve voor appellant als inkomen uit arbeid geldt. Daarnaast heeft het achterwege laten van de maximering van de maatmanomvang geen relevant effect op de mate van arbeidsongeschiktheid. De hoger beroepen worden verworpen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat de maatmanuitkering als inkomen uit arbeid geldt.