ECLI:NL:CRVB:2009:BK0145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante stelde dat zij medisch gezien per 30 mei 2007 meer beperkt was dan het UWV en de rechtbank aannamen, maar bracht geen medische stukken ter onderbouwing in. De primaire verzekeringsarts had geen urenbeperking meer opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) omdat er geen medische noodzaak was voor extra rustmomenten overdag.
De Raad kon ook geen bewijs vinden voor allergische klachten vóór de datum in geding. Appellante had deze pas ter zitting genoemd zonder medische onderbouwing. De bezwaarverzekeringsarts achtte de genoemde hooikoorts niet beperkend genoeg om de FML aan te passen.
Verder was het UWV voorafgaand aan de hoorzitting duidelijk over de afwezigheid van een bezwaarverzekeringsarts, waar appellante niet op reageerde. De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen medische gronden waren voor verdere beperkingen dan in de FML vermeld.
De Raad verwierp de grieven van appellante en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering per 30 mei 2007. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 30 mei 2007 wordt bevestigd wegens onvoldoende medische beperkingen.