ECLI:NL:CRVB:2009:BK0244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- P.J. Jansen
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende onderbouwde beperkingen en ongeschikte functie telefonist
Appellante verzocht om een Wajong-uitkering, die door het UWV werd geweigerd op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering omtrent de geschiktheid van geselecteerde functies, met name de eis dat appellante geregeld van houding moet kunnen wisselen.
In hoger beroep stelde appellante dat haar scoliose en de daarmee samenhangende beperkingen onvoldoende waren meegenomen. Zij bracht medische verklaringen en röntgenfoto’s in, maar de Raad zag geen reden om de zaak aan te houden voor nadere stukken. De medische beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele MogelijkhedenLijst (FML) werden als juist beoordeeld.
De Raad oordeelde dat de toelichting van het UWV over de functies elektronica monteur en receptionist voldoende was, maar dat de functie telefonist onvoldoende onderbouwd was, met name omdat de bezwaararbeidsdeskundige onterecht afweek van de belastbaarheidseisen door te stellen dat een aangepaste stoel afwisseling van houding minder noodzakelijk maakt.
Omdat hierdoor niet aan de wettelijke eisen werd voldaan, werd het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard, het besluit over de functie telefonist is vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.