ECLI:NL:CRVB:2009:BK0400
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening kinderbijslaguitspraak op grond van ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 maart 1999, waarin het verzoek om kinderbijslag over perioden vóór 1 januari 1991 werd afgewezen. De Raad bevestigde destijds dat geen sprake was van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 14, derde lid, tweede volzin, van de Algemene Kinderbijslagwet. Verzoeker stelde dat hij na zijn definitieve terugkeer naar Marokko recht bleef houden op kinderbijslag voor vier kinderen over de periode 1978 tot 1991.
Tijdens de zitting van 13 augustus 2009 waren partijen niet verschenen. De Raad overwoog dat het rechtsmiddel van herziening slechts openstaat indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden, zoals bepaald in artikel 8:88 Awb Pro in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet. Verzoeker bracht echter geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De beslissing werd op 24 september 2009 in het openbaar uitgesproken door rechter H.J. de Mooij, in aanwezigheid van griffier W. Altenaar.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak inzake kinderbijslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.