ECLI:NL:CRVB:2009:BK0541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en vernietiging besluit arbeidsongeschiktheidsklasse
Appellante, die sinds eind 1999 wegens fibromyalgie arbeidsongeschikt is, kreeg haar WAO-uitkering in 2003 herzien van 80-100% naar 25-35%. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar, dat ongegrond werd verklaard op 29 juli 2004. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde appellante dat het besluit was gebaseerd op verouderde medische gegevens en dat haar beperkingen werden onderschat.
De Raad onderzocht diverse medische rapporten, waaronder die van zenuwarts Busard, de deskundigen Oei en Bons, en concludeerde dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat appellante meer beperkingen had dan het UWV aannam. Wel stelde de Raad vast dat het besluit van 29 juli 2004 een onvoldoende arbeidskundige grondslag had, wat leidde tot vernietiging van dat besluit.
Het UWV stelde vervolgens bij besluit van 4 juni 2009 de WAO-uitkering vast op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55%. De Raad oordeelde dat dit besluit op dezelfde medische grondslag was gebaseerd en voldoende gemotiveerd was, waardoor het beroep daartegen ongegrond werd verklaard.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van proceskosten aan appellante. Het griffierecht werd eveneens aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 29 juli 2004 wordt vernietigd, het beroep tegen het besluit van 4 juni 2009 wordt ongegrond verklaard, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.