ECLI:NL:CRVB:2009:BK0545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzonder geval voor terugwerkende Wajong-uitkering
Appellant vroeg op 7 mei 2007 een Wajong-uitkering aan met terugwerkende kracht vanaf 7 mei 2006, vanwege arbeidsongeschiktheid sinds 17 september 2000. Het UWV kende de uitkering toe, maar weigerde een eerdere ingangsdatum omdat appellant niet tijdig had aangevraagd. Appellant stelde dat zijn ernstige psychische problemen hem belemmerden eerder een aanvraag te doen en dat er sprake was van een bijzonder geval.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat onbekendheid met de Wajong-regeling geen bijzonder geval is en dat appellant niet medisch volledig onbekwaam was om zijn belangen te behartigen. In hoger beroep betwistte appellant dit en verwees naar medische rapportages die zijn beperkingen bevestigen.
De Raad overwoog dat appellant gedurende bepaalde perioden psychotisch was en niet kon aanvragen, maar dat dit niet continu het geval was. Appellant kon wel zelfstandig bijstand aanvragen en andere activiteiten ondernemen. De Raad concludeerde dat de late aanvraag vooral voortkwam uit onbekendheid met de regeling, wat volgens vaste rechtspraak geen bijzonder geval oplevert.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van bestuursrechtelijke herstelbepalingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de ingangsdatum van de Wajong-uitkering blijft 7 mei 2006.