ECLI:NL:CRVB:2009:BK0553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken op grond van een herbeoordeling waarbij werd vastgesteld dat hij met aangepaste werkzaamheden ongeveer 93% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat niet alle beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waren verwerkt en dat het rapport van de door de Raad benoemde deskundige te laat en tegenstrijdig was.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige dat appellant medisch in staat was de geselecteerde functies te vervullen en oordeelde dat het tijdsverloop tussen onderzoek en rapportage geen reden was om het oordeel niet te volgen. De Raad vernietigde het eerdere vonnis, verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.