ECLI:NL:CRVB:2009:BK0578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV kwam met een nieuwe beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV met de nieuwe beslissing geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen en besloot het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken. Deze kosten werden begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand en € 3.725,50 voor het inschakelen van deskundigen.
Daarnaast wees de Raad het verzoek toe om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. De Raad verwees voor de wijze van rente berekening naar een eerdere uitspraak uit 1995.
De Raad benadrukte dat het betaalde griffierecht reeds op grond van de aangevallen uitspraak vergoed dient te worden en dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het griffierecht tot het UWV kan wenden.
De uitspraak werd gedaan door D.J. van der Vos en uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2009.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellante tot een bedrag van € 4.047,50.