ECLI:NL:CRVB:2009:BK0582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks klachtenverandering en arbeidsmogelijkheden
Appellante, die sinds 2001 ziekgemeld is met whiplashklachten en de ziekte van Crohn, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het Uwv herzag deze uitkering per 29 januari 2007 naar 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op een beoordeling dat appellante nog maximaal 20 uur per week kan werken in drie geselecteerde functies.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen medische grond was voor een hogere mate van beperkingen. Appellante stelde in hoger beroep dat haar belastbaarheid werd overschat, mede door haar ziekte van Crohn en psychische klachten, en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren, vooral vanwege de noodzaak tot vrij toiletbezoek en het vereiste opleidingsniveau.
De Raad stelde vast dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van januari 2007 de beperkingen adequaat vastlegde, inclusief de noodzaak tot vrij toiletbezoek en een urenbeperking van 20 uur per week. De medische beoordeling was gebaseerd op informatie van behandelaars en hield rekening met klachten. De toename van klachten na de datum van het bestreden besluit gaf onvoldoende aanleiding tot herziening. Ook de arbeidsdeskundige rapportage ondersteunde de geschiktheid van de functies en het opleidingsniveau.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De WAO-uitkering werd aldus gehandhaafd op basis van de vastgestelde arbeidsmogelijkheden en medische beoordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%.