ECLI:NL:CRVB:2009:BK0589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering wegens pijnklachten aan het bewegingsapparaat, laatstelijk vastgesteld op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling in 2006 door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg, waarna het UWV haar uitkering introk.
Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat sprake was van reuma. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige grondslagen de intrekking rechtvaardigden.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overweegt dat niet de diagnose, maar de beperkingen voor arbeid van belang zijn en dat appellante onvoldoende medische stukken heeft overgelegd om het oordeel van het UWV te weerleggen. De geduide functies zijn medisch geschikt en de arbeidsongeschiktheid minder dan 15%, waardoor de intrekking terecht is.
De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt en de beperkingen juist zijn vastgesteld.