ECLI:NL:CRVB:2009:BK0629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellante, werkzaam als kantinemedewerkster en conciërge, viel in 1996 uit wegens fibromyalgie en spanningsklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
In 2007 besloot het UWV haar WAO-uitkering in te trekken omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens onderzoek was gedaald tot minder dan 15%. Dit besluit was gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige die geschikte functies aanwees.
Appellante voerde bezwaar aan tegen de intrekking, stellende dat haar oude functie lichter was dan de geduide functies en dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen. De Raad oordeelde dat de medische onderbouwing voldoende was, dat de vergelijking tussen functies juist was gemaakt en dat de beperkingen in de FML betrouwbaar waren. De vermeende toename van haar ziekte in 2008 was niet relevant voor de datum in geding.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.