ECLI:NL:CRVB:2009:BK0749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid vanaf 1989
Appellant ontving vanaf 1983 met onderbrekingen een arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens psychosomatische klachten. In 1990 werd de arbeidsongeschiktheid per 1 december 1989 buiten aanmerking gelaten omdat appellant niet meewerkte aan medisch onderzoek in Nederland. In 2002 vond een medisch onderzoek in Marokko plaats, waarna rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden dat appellant vanaf 1 december 1989 minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
Het UWV besloot in 2003 de uitkering te weigeren en bevestigde dit in latere besluiten, waaronder het bestreden besluit van februari 2008. De rechtbank oordeelde dat het besluit juist was. In hoger beroep stelde appellant dat het besluit van 11 september 2003 geen intrekkingsdatum vermeldde en dat de rapportages niet als onderdeel van dat besluit konden worden beschouwd.
De Raad oordeelde dat uit de rapportages en correspondentie duidelijk bleek dat appellant vanaf 1 december 1989 minder dan 15% arbeidsongeschikt was en dus niet meer verzekerd voor de WAO. Er was geen sprake van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vier weken na die datum. De grieven tegen de besluitvorming van 2003 konden niet meer worden behandeld omdat dat besluit in rechte vaststaat. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant sinds 1 december 1989 minder dan 15% arbeidsongeschikt is.