ECLI:NL:CRVB:2009:BK0956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid onder 35%
Appellant, voormalig kapper, viel op 23 augustus 2004 uit wegens buik-, psychische en beenklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering bestond.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen, met name door beenklachten en psychische klachten, werden onderschat. De rechtbank bevestigde het besluit. In hoger beroep benadrukte appellant opnieuw zijn psychische klachten en fysieke beperkingen.
De Raad liet een onafhankelijke psychiater rapporteren, die de diagnose aanpassingstoornis met depressieve stoornis en schizoïde persoonlijkheidstrekken bevestigde, maar vond dat dit geen bezwaar vormde tegen de vastgestelde functies. De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en het oordeel van de deskundige overtuigend was.
De Raad oordeelde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht onder de 35% was vastgesteld en bevestigde het bestreden besluit. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd op 16 oktober 2009 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wijst de WIA-uitkering af.