ECLI:NL:CRVB:2009:BK1075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering ondanks psychische beperkingen na zorgvuldige deskundigenbeoordeling
Appellant, een voormalig assistent conciërge, viel uit wegens psychische klachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV wees deze af op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en een arbeidsdeskundige beoordeling die een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vaststelden. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank schakelde een onafhankelijke psychiater in, die een depressieve stoornis matig van aard vaststelde, maar niet retrospectief de ernst van de klachten kon bepalen. Desondanks oordeelde de rechtbank dat het UWV-besluit onvoldoende medische grondslag had en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat de beperkingen onderschat waren en vroeg om een nieuw onderzoek. De Raad vroeg de deskundige om een aanvullende verklaring, waarna deze bevestigde dat de aangepaste FML overeenkomt met zijn bevindingen. De Raad vond dat het UWV de geschiktheid van functies en de mate van arbeidsongeschiktheid adequaat had gemotiveerd en berekend.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige en zag geen reden om af te wijken of een nieuw onderzoek te gelasten. De medische en arbeidskundige beoordeling waren zorgvuldig en overtuigend. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering vanwege een juiste en zorgvuldige vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid.