ECLI:NL:CRVB:2009:BK1142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens ontbreken tijdige machtiging bij terugvordering bijstand
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin bijstand in de vorm van een renteloze lening werd teruggevorderd. Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de gemachtigde van appellante niet tijdig een schriftelijke machtiging overlegde die zijn bevoegdheid tot het indienen van het bezwaar aantoonde.
Appellante stelde dat zij tijdig een machtiging had gefaxt, maar het College kon de ontvangst daarvan niet bevestigen. De Raad oordeelde dat het risico van niet-ontvangen faxen voor rekening van de verzender komt en dat het College de ontvangst op een niet ongeloofwaardige wijze had ontkend.
Omdat het verzuim niet binnen de gestelde termijn was hersteld, was het College bevoegd het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Ook was het terecht dat het College afzag van het horen van appellante, aangezien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig overleggen van een machtiging.