ECLI:NL:CRVB:2009:BK1153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens passende functies ondanks psychische beperkingen
Appellante ontving sinds 2001 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2006 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts psychische beperkingen vaststelde en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opstelde. Op basis hiervan concludeerde een arbeidsdeskundige dat appellante niet geschikt was voor haar eigen werk, maar wel voor andere functies, waarop het UWV haar uitkering verlaagde.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de functies passend waren. In hoger beroep stelde appellante dat de belastbaarheid in de voorgestelde functies werd overschreden, met name op het gebied van concentratie en het verdelen van aandacht.
De Raad stelde vast dat de medische beoordeling niet ter discussie stond en dat de arbeidsdeskundige de signaleringen in de FML had meegenomen. De Raad concludeerde dat de functies geen werkzaamheden vereisten die de beperkingen van appellante overschreden. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor de voorgestelde functies en wijst het hoger beroep af.