ECLI:NL:CRVB:2009:BK1158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing immateriële schadevergoeding en heropening onderzoek redelijke termijn overschrijding in WAO-uitkeringszaak
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken en startte een procedure die uiteindelijk leidde tot een herziening van de uitkeringsbeslissing. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot betaling van wettelijke rente.
De rechtbank wees een vordering tot vergoeding van immateriële schade af omdat niet was aangetoond dat appellant zodanig geestelijk letsel had geleden dat dit een aantasting van zijn persoon vormde. Appellant stelde in hoger beroep dat er wel degelijk sprake was van geestelijk letsel, onderbouwd met een rapport van het Psychotrauma Diagnose Centrum, en dat de redelijke termijn van de procedure was overschreden, wat een schadevergoeding rechtvaardigt.
De Raad overwoog dat immateriële schadevergoeding niet snel wordt toegekend en dat de aangehaalde vaststelling onvoldoende was om het gevorderde geestelijk letsel te bewijzen. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank. Wel stelde de Raad vast dat de totale procedure van bezwaar, beroep en hoger beroep langer dan vier jaar had geduurd, waarbij zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase langer duurde dan de redelijke termijn. Daarom werd het onderzoek naar een mogelijke schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn heropend en werd de Staat der Nederlanden als partij in die procedure aangemerkt.
Uitkomst: De vordering tot immateriële schadevergoeding wegens geestelijk letsel wordt afgewezen, maar het onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt heropend.