ECLI:NL:CRVB:2009:BK1222

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4900 WSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 18 BeroepswetArt. 21 BeroepswetArt. 22, vierde lid Beroepswet
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet betalen griffierecht

Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam en verzocht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 Awb Pro in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet.

De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het griffierecht van €110,- niet binnen de gestelde termijn is voldaan, ondanks meerdere aanmaningen aan de gemachtigde van verzoekster. Het griffierecht werd pas na de termijn bijgeschreven.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb leidt dit tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

09/4900 WSF
Centrale Raad van Beroep
U I T S P R A A K
van
DE VOORZIENINGENRECHTER VAN DE CENTRALE RAAD VAN BEROEP
inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet in geding tussen:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep.
Datum uitspraak: 23 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Mr. I. Rhodes, advocaat te Amsterdam, heeft als gemachtigde van verzoekster hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 27 juli 2009, 09/1318 en 09/1319.
Bij brief van 31 augustus 2009 is verzocht om toepassing van het bepaalde in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en Pro artikel 21 van Pro de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
In het eerste lid van artikel 23 van Pro de Beroepswet is bepaald dat door de griffier een griffierecht wordt geheven. Artikel 22, vierde lid, van de Beroepswet is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden twee weken bedraagt.
Bij schrijven van 16 oktober (lees: september) 2009 is de gemachtigde van verzoekster erop gewezen dat verzoekster ter zake van het ingediende verzoek een griffierecht van € 110,-, is verschuldigd, welk bedrag binnen twee weken na dagtekening van die brief diende te zijn voldaan, bij voorkeur door middel van de aangehechte acceptgirokaart.
Bij aangetekende brief van 30 september 2009 is de gemachtigde van verzoekster nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen één week na dagtekening diende te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel per kas diende te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om voorlopige voorziening.
Ook binnen die termijn is het griffierecht niet voldaan.
Het verschuldigde griffierecht is eerst op 8 oktober 2009 bijgeschreven op de rekening van de Raad.
Bovenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep,
Verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2009.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
IvR