ECLI:NL:CRVB:2009:BK1225

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4370 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet WIA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond die het beroep tegen de beslissing van het UWV op bezwaar ongegrond verklaarde. Het UWV had vastgesteld dat appellant vanaf 9 maart 2007 geen recht had op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.

De rechtbank oordeelde dat er geen medische of arbeidskundige gronden waren om het besluit van het UWV te betwijfelen. De medische gegevens en de arbeidskundige beoordeling voldeden aan de eisen van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij ernstige multidisciplinaire problematiek heeft en analfabeet is, waardoor veel functies niet haalbaar zouden zijn.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het verweerschrift van het UWV en de overwegingen van de rechtbank. Er werden geen nieuwe gezichtspunten aangevoerd die aanleiding gaven om de eerdere uitspraak te wijzigen. De Raad bevestigde daarom de geweigerde WIA-uitkering en zag geen reden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

08/4370 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 10 juli 2008, 07/1351 (hierna: de aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 23 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J.H.M. Verstraten, advocaat te Venlo, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2009. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.H.J. Ambrosius, terwijl appellant, met voorafgaand bericht, niet is verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij beslissing van 9 januari 2007 heeft het Uwv vastgesteld dat er voor appellant met ingang van 9 maart 2007 geen recht op een uitkering ingevolge de Wet WIA is ontstaan, onder overweging dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 35% was.
2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank Roermond ongegrond verklaard het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 6 augustus 2007 (hierna: het bestreden besluit), waarbij het primaire besluit was gehandhaafd.
2.2. Wat betreft de medische kant heeft de rechtbank -gelet op alle voorhanden medische gegevens- geen aanknopingspunten gevonden om de eindconclusies van het (bezwaar)verzekeringsgeneeskundig onderzoek in twijfel te trekken. De informatie van de behandelende sector is uitdrukkelijk en in voldoende mate in de beoordeling meegenomen. Ook de arbeidskundige beoordeling heeft plaatsgevonden in overeenstemming met het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en de anderszins daaraan te stellen eisen, aldus het oordeel van de rechtbank.
3. In hoger beroep heeft appellant zijn reeds eerder naar voren gebrachte grieven herhaald, waarbij medisch de nadruk is gelegd op de ernstige multidisciplinaire problematiek, en arbeidskundig dat hij analfabeet is waardoor het merendeel van de functies, vanwege de ernstige belemmeringen die hij daardoor ondervindt in zijn arbeidsmogelijkheden, voor appellant niet haalbaar is.
4.1. De Raad oordeelt als volgt.
4.2. Onder verwijzing naar het door het Uwv ingediende verweerschrift van 1 september 2008 onderschrijft de Raad de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht bevat naar zijn oordeel geen nieuwe gezichtspunten en geeft hem geen aanleiding de aangevallen uitspraak voor onjuist te houden.
4.3. De aangevallen uitspraak zal derhalve worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2009.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) A.C.A. Wit.
TM