Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK1228

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4717 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. De griffier had appellant en zijn gemachtigde meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling binnen de gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen werd het griffierecht pas na het verstrijken van de termijn voldaan.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting gehouden, waarbij appellant en Menzis niet verschenen. De Raad heeft vastgesteld dat het griffierecht pas op 3 juni 2008 is ontvangen, terwijl de betaling binnen vier weken na dagtekening van de eerste brief had moeten plaatsvinden. Er was geen sprake van omstandigheden die het verzuim van appellant konden rechtvaardigen.

De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Tevens benadrukt de Raad dat de gevolgen van het handelen of nalaten van de gemachtigde voor rekening van appellant blijven. Er waren geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

08/4717 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
UITSPRAAK
op het hoger beroep van:
[appellant], (hierna: appellant)
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 30 juni 2008, 08/1289 (hierna: aangevallen uitspraak)
in het geding tussen
appellant
en
Onderlinge Waarborgmaatschappij Menzis Zorgverzekeraar U.A., gevestigd te Enschede (hierna: Menzis)
Datum uitspraak: 21 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J.J. van der Woude, advocaat te Zutphen, hoger beroep ingesteld.
Menzis heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2009. Appellant is niet verschenen. Menzis is - met voorafgaand bericht - niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Bij brief van 7 maart 2008, verzonden 11 maart 2008, heeft de griffier van de rechtbank de gemachtigde van appellant erop gewezen dat ingevolge het bepaalde in artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) ter zake van het ingestelde beroep een griffierecht is verschuldigd van € 39,--, welk bedrag binnen vier weken na dagtekening van die brief diende te zijn bijgeschreven op de vermelde bankrekening, danwel binnen die termijn ter griffie diende te zijn gestort.
1.2. Het verschuldigde bedrag is binnen die termijn niet ontvangen. Derhalve is de gemachtigde van appellant andermaal, en wel bij aangetekende brief van 15 april 2008, uitgenodigd binnen vier weken na dagtekening van die brief het verschuldigde recht te voldoen. Tevens is bij die brief meegedeeld dat indien het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven of gestort, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het verschuldigde griffierecht.
3. Namens appellant is in hoger beroep in essentie herhaald hetgeen hij reeds in beroep naar voren heeft gebracht.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 8:41 van Pro de Awb, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, indien het verschuldigde griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn is bijgeschreven of gestort. Nu het griffierecht eerst na ommekomst van de daartoe gestelde termijn, namelijk op 3 juni 2008, is ontvangen en niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan geoordeeld kan worden dat appellant niet in verzuim is geweest, dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd. De Raad merkt daarbij op dat naar vaste jurisprudentie van de Raad de gevolgen van (processueel) handelen of nalaten van de gemachtigde voor rekening dienen te blijven van diegene die de behartiging van zijn belangen aan die gemachtigde heeft toevertrouwd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van B.E. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2009.
(get.) H.C.P. Venema.
(get.) B.E. Giesen.
DW