ECLI:NL:CRVB:2009:BK1229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen ondanks ziekte van Crohn
Appellant, laatstelijk werkzaam als meewerkend voorman op een WSW-kwekerij, viel uit vanwege klachten gerelateerd aan de ziekte van Crohn. Het UWV stelde vast dat appellant per einde wachttijd niet arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld, met verwijzing naar het chronische karakter van zijn ziekte en mogelijke terugval.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de aangevoerde grieven geen nieuwe feiten bevatten en dat de beschikbare medische gegevens voldoende zijn om een verantwoord oordeel te geven. De eigen mening van appellant is niet medisch onderbouwd. Gezien zijn medische beperkingen wordt appellant geacht zijn werkzaamheden als meewerkend voorman te kunnen verrichten, waardoor hij niet als arbeidsongeschikt kan worden beschouwd.
De Raad ziet geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. De weigering van de WIA-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant zijn werkzaamheden kan verrichten ondanks medische beperkingen.