ECLI:NL:CRVB:2009:BK1231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-uitkering op basis van objectieve medische beoordeling ondanks betwisting beperkingen
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar een WGA-uitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. Zij stelde dat haar medische beperkingen, waaronder chronische vermoeidheid, schildklierafwijking, botontkalking en psychische klachten, ernstig waren onderschat en dat zij geen productieve arbeid kon verrichten. Tevens betwistte zij de geschiktheid van de geselecteerde functies.
De Raad volgde de bezwaarverzekeringsarts die stelde dat de overgelegde medische gegevens geen nieuwe feiten bevatten die niet al bekend waren bij de eerdere verzekeringsartsen. De Raad oordeelde dat het niet beslissend is hoe appellante haar beperkingen ervaart, maar of deze objectief-medisch zijn onderbouwd. De FML werd niet aangescherpt vanwege het ontbreken van nieuwe medische onderbouwing.
De Raad vond geen aanleiding tot nader deskundigenonderzoek en oordeelde dat de stelling dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80% en wijst het hoger beroep af.