ECLI:NL:CRVB:2009:BK1243

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4437 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens juiste medische beoordeling

Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om geen recht op een WIA-uitkering toe te kennen met ingang van 4 september 2006. De rechtbank had geoordeeld dat de medische beperkingen van appellant juist waren vastgesteld door verzekeringsartsen en dat de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies geschikt waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onjuiste of onvolledige medische gegevens gebruikte en overhandigde aanvullende medische informatie.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de nieuwe gegevens betrekking hadden op een latere periode (2008-2009) en niet relevant waren voor de situatie op de datum van het besluit. De Raad vond geen aanwijzingen dat de medische beperkingen ten tijde van het besluit waren onderschat en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

De Raad zag geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en sprak de beslissing uit in het openbaar op 23 oktober 2009.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens juiste medische beoordeling.

Uitspraak

08/4437 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 17 juni 2008, 07/2627 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 23 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. I. Stolting, advocaat te Roosendaal, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 14 augustus 2009 heeft appellant nog enige gegevens ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2009. Appellant is met schriftelijke kennisgeving niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.J.J.M. van Eijk.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat van de feiten en omstandigheden uit die de rechtbank, gelet op de gedingstukken met juistheid, in de aangevallen uitspraak heeft weergegeven. De Raad vermeldt hier dat het Uwv bij op bezwaar genomen besluit van 3 mei 2007 (het bestreden besluit) het besluit van 27 november 2006 heeft gehandhaafd. Daarbij is vastgesteld dat er voor appellant met ingang van 4 september 2006 geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
2.1. De rechtbank heeft als haar oordeel gegeven dat de betrokken verzekeringsartsen bij appellant niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld. Daarbij heeft de rechtbank opgemerkt dat aan de eigen beleving van appellant over zijn beperkingen en het al dan niet kunnen werken voor de toepassing van de Wet WIA geen doorslaggevende betekenis kan en mag worden toegekend. Voor de arbeidskundige beoordeling dient, aldus de rechtbank, te worden uitgegaan van de medische beperkingen zoals deze door de verzekeringsarts zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 29 januari 2007.
2.2. Met betrekking tot de voor de arbeidsongeschiktheidsschatting door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies heeft de rechtbank geoordeeld dat deze voor appellant geschikt zijn. Daarbij zijn de toelichtingen van de arbeidsdeskundige en bezwaararbeidsdeskundige op de signaleringen van mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid van appellant in die functies in aanmerking genomen.
2.3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit daarop ongegrond verklaard.
3.1. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het Uwv nog steeds uitgaat van onjuiste c.q. onvolledige medische gegevens, althans de beschikbare gegevens niet in voldoende mate laat meewegen in de oordeelsvorming. Om die reden had de rechtbank het beroep niet ongegrond mogen verklaren. Ter onderbouwing van zijn hoger beroep heeft appellant gegevens verstrekt, waaruit blijkt dat hij in aanmerking is gebracht voor een rollator, een deeltaxipas op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, omdat zijn loopafstand minder dan 200 meter bedraagt, en is een verklaring van 10 juli 2009 ingezonden van de longarts dr. A.J.M. van Boxem betreffende een behandeling van appellants slaapapneusyndroom.
3.2. Het Uwv heeft ter zitting van de Raad zich op het standpunt gesteld dat deze gegevens geen aanleiding geven voor de veronderstelling dat het bestreden besluit op een onjuiste medische grondslag berust. Daarbij is erop gewezen dat de ingezonden gegevens de situatie van appellant in de jaren 2008 en 2009 betreffen en niet zien op de datum in geding, 4 september 2006.
4. De Raad volgt het Uwv hierin. Ook overigens heeft de Raad geen aanknopingspunten voor de veronderstelling dat de medische beperkingen van appellant ten tijde in geding zijn onderschat en dat de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies in medisch opzicht voor appellant ongeschikt zijn. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen onderschrijft de Raad derhalve. De aangevallen uitspraak komt mitsdien voor bevestiging in aanmerking.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2009.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) A.C.A. Wit.
TM