ECLI:NL:CRVB:2009:BK1257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante was sinds een auto-ongeval in 2002 arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering van 55 tot 65%. Na een herbeoordeling in 2004 handhaafde het UWV deze mate van arbeidsongeschiktheid. Appellante betwistte dit besluit en overlegde medische rapporten die zwaardere cognitieve beperkingen stelden dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waren vastgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante weigerde mee te werken aan een deskundigenonderzoek, waardoor de FML als juist werd aangenomen. In hoger beroep benoemde de Raad een neuroloog die het medisch oordeel van het UWV bevestigde en geen neurologische belemmeringen zag voor de werkzaamheden.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en het MAOC niet werd miskend. Wel concludeerde de Raad dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd over de passendheid van de geselecteerde functies. Daarom werd het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.