ECLI:NL:CRVB:2009:BK1461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H. Bedee
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring en ongegrondverklaring beroep intrekking WAO-uitkering
Appellante, voormalig montagemedewerkster, kreeg een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Na een herbeoordeling trok het UWV haar uitkering per 30 juli 2006 in wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat een deskundige geen valide diagnose kon stellen door onvoldoende medewerking van appellante.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring niet in verhouding stond tot het gedrag van appellante, die niet geheel onwillig meewerkte. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en behandelde de zaak inhoudelijk. Uit het medisch dossier bleek dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden gedaan en dat de vastgestelde psychische belastbaarheid niet onjuist was, mede omdat appellante geen nieuwe medische gegevens had overgelegd.
De Raad concludeerde dat de functies die appellante zou kunnen vervullen binnen haar functionele mogelijkheden lagen. Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.