ECLI:NL:CRVB:2009:BK1486

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5272 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbAlgemene nabestaandenwet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na toekenning volledige ANW-uitkering

Appellante had na het overlijden van haar echtgenoot een halfwezenuitkering aangevraagd en een nabestaandenuitkering geweigerd gekregen omdat zij een gezamenlijke huishouding voerde. Na bezwaar en beroep heeft de Sociale Verzekeringsbank (Svb) bij besluit van 24 februari 2009 alsnog een volledige ANW-uitkering met terugwerkende kracht toegekend.

De Centrale Raad van Beroep constateert dat met dit besluit het bezwaar van appellante geheel is ingewilligd, waardoor er geen procesbelang meer bestaat bij beoordeling van het hoger beroep. Appellante is niet verschenen bij de zitting en heeft niet duidelijk verklaard het hoger beroep te handhaven.

De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellante vergoedt. Tevens wordt toegezegd dat de wettelijke rente over de uitkering zal worden vergoed, waarover nog een nadere beslissing volgt.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de volledige ANW-uitkering is toegekend en het procesbelang ontbreekt.

Uitspraak

08/5272 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 juli 2008, 07/4025 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 22 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
De Svb heeft van verweer gediend. Bij faxbericht van 25 februari 2009 heeft de Svb aan de Raad een nieuw besluit op bezwaar doen toekomen, gedateerd 24 februari 2009. Bij dit besluit is aan appellante per 1 augustus 2006 een volledige uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) toegekend. Verder wordt een besluit met betrekking tot de vergoeding van wettelijke rente in het vooruitzicht gesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2009. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.J. van de Nes.
Ter zitting is namens de Svb verklaard dat appellante nog niet op de hoogte is gesteld van het nieuwe besluit.
Daarop is het onderzoek ter zitting geschorst.
Op een vraag van de Raad heeft appellante niet eenduidig verklaard het hoger beroep niet te handhaven.
Het onderzoek ter zitting is hervat op 10 september 2009. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Naar aanleiding van het overlijden van haar echtgenoot [in] 2006, heeft appellante bij formulier gedagtekend 10 januari 2007, een nabestaanden- en halfwezenuitkering aangevraagd.
1.2. Bij besluit van 27 februari 2007 heeft de Svb aan appellante een halfwezenuitkering toegekend. De aanvraag om een nabestaandenuitkering is afgewezen op de grond dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde.
2.1. Bij brief gedateerd 21 maart 2007 heeft appellante te kennen gegeven zich met deze beslissing niet te kunnen verenigen. In reactie hierop heeft de Svb bij brief van 7 mei 2007 appellante laten weten dat zij, als tweede echtgenote van de overledene, geen recht heeft op een uitkering ingevolge de ANW. Bij brief gedateerd 9 mei 2007 heeft appellante aan de Svb meegedeeld dat zij niet samenwoont en na de dood van haar man niet is hertrouwd. Deze brief is door de Svb aangemerkt als bezwaarschrift.
2.2. Bij besluit van 25 september 2007 is het bezwaar, wegens termijnoverschrijding, niet-ontvankelijk verklaard, terwijl niet is gebleken van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.
3.1. Appellante heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
3.2. Ter zitting is namens de Svb verklaard dat ten onrechte de brief van appellante van 21 maart 2007 niet als een (tijdig) bezwaarschrift is aangemerkt. Het bestreden besluit wordt niet langer gehandhaafd en er zal, alsnog, een inhoudelijk besluit worden genomen.
3.3. De rechtbank heeft het beroep daarop niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
4.1. Appellante heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld.
4.2. Hangende het hoger beroep heeft de Svb bij besluit van 24 februari 2009 aan appellante met ingang van augustus 2006 een (volledige) uitkering ingevolge de ANW toegekend. Toegevoegd wordt dat de wettelijke rente zal worden vergoed. Hierover volgt een nadere beslissing.
5.1. De Raad oordeelt als volgt.
5.2. De Raad stelt vast dat met het besluit van 24 februari 2009 alsnog (inhoudelijk) op het bezwaar van appellante is beslist. Met dit besluit is geheel aan het bezwaar van appellante tegemoetgekomen. De Raad is niet gebleken dat appellante enig (proces) belang heeft bij een beoordeling door de Raad van de uitspraak van de rechtbank.
De Raad zal het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
5.3. De Raad acht geen termen aanwezig om de Svb, op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellante, nu van voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Bepaalt dat de Svb het betaalde griffierecht van € 107,- aan appellante vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2009.
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
Déclare le recours non-recevable;
Dit que la Banque des assurances sociales Svb rembourse le montant des droits de greffe de 107 € à l’appellante.
Par conséquent, décidée par H.J. Simon, en présence de W. Altenaar en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 22 Octobre 2009.