ECLI:NL:CRVB:2009:BK1525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering persoonsgebonden budget voor scootmobiel wegens onjuiste beoordeling vervoersbehoefte
Appellant, met een neurologische aandoening die zijn mobiliteit beperkt, vroeg op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) een persoonsgebonden budget (PGB) aan voor een scootmobiel. Eerder was zijn aanvraag voor een Canta afgewezen wegens gebrek aan medische noodzaak. Desondanks had appellant zelf een tweedehands Canta aangeschaft met geleend geld, bedoeld als tijdelijke voorziening totdat zijn PGB-aanvraag werd behandeld.
Het College wees de aanvraag voor het PGB af, stellende dat appellant in zijn vervoersbehoefte kon voorzien met de Canta, rolstoel en aanvullend openbaar vervoer. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het College rekening mocht houden met reeds aanwezige vervoersvoorzieningen, waaronder de Canta.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het College ten onrechte de tijdelijke Canta als reële mogelijkheid heeft betrokken bij de beoordeling. Omdat appellant de Canta slechts als overbrugging gebruikte en al op het moment van aanschaf aangewezen was op een vervoermiddel voor zeer korte afstanden, kan de Canta niet als adequaat alternatief worden gezien.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en draagt het College op een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het College wordt vernietigd wegens onjuiste beoordeling van de vervoersbehoefte.