ECLI:NL:CRVB:2009:BK1882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische bezwaren appellante
Appellante, werkzaam als ziekenverzorgende, ontving sinds 1998 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordelingen in 2006 en 2007 werd haar uitkering herzien op basis van medische onderzoeken door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, waarbij haar beperkingen werden vastgesteld en functies werden aangewezen die zij medisch gezien kon vervullen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend en dat de urenbeperking ten onrechte was vervallen. Diverse medische rapportages en brieven werden overgelegd ter onderbouwing van haar standpunt. De rechtbanken verklaarden haar beroepen ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV onderschreven.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen objectieve medische aanknopingspunten om haar opvattingen te volgen. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig hadden gehandeld en dat de functies die aan de schatting ten grondslag lagen, passend waren. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en handhaafde de herziening van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.