Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK2021

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-1390 WAO-R + 07-2812 WAO-R
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie uitspraak over geschiktheid functies bij WAO-besluit

De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat haar eerdere uitspraak van 19 december 2008 een kennelijke fout bevatte met betrekking tot het aantal geschikte functies waarop de schatting van appellant was gebaseerd. In de eerdere uitspraak werd onterecht geoordeeld dat slechts twee geschikte functies resteren, terwijl er in werkelijkheid drie geschikte functies waren geselecteerd, waaronder een reservefunctie die niet tot overschrijding van de belastbaarheid van appellant leidde.

Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 8 mei 2007, waarbij de arbeidskundige beoordeling ten grondslag lag aan de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid. De Raad stelde vast dat de bezwaararbeidsdeskundige en de bezwaarverzekeringsarts gezamenlijk hadden bevestigd dat de functie van produktiemedewerker textiel binnen de belastbaarheid van appellant viel, ondanks appellant's bezwaren over gebogen actief zijn.

De Raad concludeerde dat het beroep tegen het besluit van 8 mei 2007 ongegrond verklaard had moeten worden en dat er geen grond was voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De beslissing in de eerdere uitspraak werd dan ook gecorrigeerd en het UWV-besluit van 6 april 2009, genomen naar aanleiding van de oorspronkelijke uitspraak, werd als vervallen beschouwd.

Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit van 8 mei 2007 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt gecorrigeerd.

Uitspraak

07/1390 WAO-R
07/2812 WAO-R
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 19 december 2008, 07/1390 WAO en 07/2812 WAO.
Partijen zijn:
1.
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
2.
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 30 oktober 2009I.
PROCESVERLOOP
De Raad heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 19 december 2008 een kennelijke fout in de beslissing bevat wat appellants beroep tegen het door het Uwv nader genomen besluit op bezwaar van 8 mei 2007 betreft en dus rectificatie behoeft.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien om partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak.
Partijen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt en aangegeven geen prijs te stellen op een nadere zitting.

II.OVERWEGINGEN

1.
De uitspraak van de Raad van 19 december 2008 heeft het Uwv aanleiding gegeven de Raad erop te wijzen dat het niet aan de schatting ten grondslag kunnen leggen van de functie van assistent-begeleider verstandelijk gehandicapten (Sbc-code 372090) – anders dan de Raad heeft geoordeeld – niet tot gevolg heeft dat er nog maar twee geschikte functies resteren, te weinig om de schatting te kunnen dragen. Appellant heeft deze opvatting van het Uwv niet bestreden.
2.
De Raad stelt vast dat zijn in de uitspraak van 19 december 2008 neergelegde oordeel wat de arbeidskundige kant van de zaak betreft – kennelijk – onjuist is. Daartoe is het volgende van belang.
Naast de overige twee geselecteerde en aan de schatting ten grondslag gelegde functies, te weten die van produktiemedewerker papier, karton, drukkerij (Sbc-code 111174) en produktiemedewerker textiel, geen kleding (Sbc-code 272043), heeft de bezwaararbeidsdeskundige nog een vierde (reserve-)functie geselecteerd, te weten die van textielproductenmaker (Sbc-code 111160). Het is de Raad niet gebleken dat deze functies de belastbaarheid van appellant overschrijden en niet aan de schatting ten grondslag gelegd hadden mogen worden.
Appellant heeft aangegeven dat in de functie produktiemedewerker textiel zijn belastbaarheid op het punt gebogen actief zijn, wordt overschreden. De bezwaararbeidsdeskundige heeft in zijn rapport van 26 april 2006 – mede-ondertekend door de bezwaarverzekeringsarts – evenwel aangegeven dat de functie produktiemedewerker textiel de functionele mogelijkheden van appellant niet te boven gaat. De Raad ziet gelet op de combinatie van de frequentie en de duur van het gebogen actief zijn (onderlinge compensatie) geen reden om niet uit te gaan van de juistheid van dit standpunt.
Appellant heeft verder aangevoerd dat de bezwaararbeidsdeskundige over een aantal signaleringen betreffende de functie textielproductenmaker had moeten overleggen met de bezwaarverzekeringsarts. De Raad stelt vast dat de bezwaararbeidsdeskundige alle signaleringen (ten teken van mogelijke overschrijding van de belastbaarheid) heeft toegelicht in zijn rapport van 26 april 2006. Nu dit rapport is mede-ondertekend door de bezwaarverzekeringsarts, neemt de Raad aan dat deze, zo er al geen overleg heeft plaatsgevonden, zich heeft kunnen vinden in de door de bezwaararbeidsdeskundige gegeven toelichting. De Raad acht deze toelichting afdoende.
Het vorenstaande leidt de Raad tot de conclusie dat er niet twee maar drie geschikte functies resteren, hetgeen (althans, qua aantal functies) voldoende is om de schatting te kunnen dragen.
3.
Uit het onder 2. overwogene volgt dat het beroep tegen het besluit van 8 mei 2007 ongegrond verklaard had moeten worden. In dat geval is er geen grond voor proceskostenveroordeling en vergoeding van het griffierecht.
4.
Het vorenstaande leidt de Raad tot de conclusie dat in de rubriek ‘Beslissing’ van de uitspraak van 19 december 2008 een onjuiste beslissing is gegeven. De beslissing moet zijn:
‘Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
Verklaart het beroep tegen het besluit van 8 mei 2007 ongegrond.’
5.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het
LJN nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.
6.
Uit de rectificatie vloeit voort dat het door het Uwv ter uitvoering van de (thans, maar toen nog niet gerectificeerde) uitspraak van 19 december 2008 genomen besluit op bezwaar van 6 april 2009 als vervallen dient te worden beschouwd.

III.BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:
Rectificeert zijn uitspraak van 19 december 2008, 07/1390 WAO en 07/2812 WAO, met de wijziging als in rechtsoverweging 4 is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op
30 oktober 2009.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) R.L. Rijnen.
TM