Uitspraak
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(hierna: Uwv).
PROCESVERLOOP
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat haar eerdere uitspraak van 19 december 2008 een kennelijke fout bevatte met betrekking tot het aantal geschikte functies waarop de schatting van appellant was gebaseerd. In de eerdere uitspraak werd onterecht geoordeeld dat slechts twee geschikte functies resteren, terwijl er in werkelijkheid drie geschikte functies waren geselecteerd, waaronder een reservefunctie die niet tot overschrijding van de belastbaarheid van appellant leidde.
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 8 mei 2007, waarbij de arbeidskundige beoordeling ten grondslag lag aan de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid. De Raad stelde vast dat de bezwaararbeidsdeskundige en de bezwaarverzekeringsarts gezamenlijk hadden bevestigd dat de functie van produktiemedewerker textiel binnen de belastbaarheid van appellant viel, ondanks appellant's bezwaren over gebogen actief zijn.
De Raad concludeerde dat het beroep tegen het besluit van 8 mei 2007 ongegrond verklaard had moeten worden en dat er geen grond was voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De beslissing in de eerdere uitspraak werd dan ook gecorrigeerd en het UWV-besluit van 6 april 2009, genomen naar aanleiding van de oorspronkelijke uitspraak, werd als vervallen beschouwd.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit van 8 mei 2007 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt gecorrigeerd.