ECLI:NL:CRVB:2009:BK2073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving vanaf september 2003 een WAO-uitkering die was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Na een herbeoordeling in november 2005 werd de uitkering beëindigd omdat haar arbeidsongeschiktheid onder de 15% werd vastgesteld. Appellante meldde vervolgens een toename van haar klachten, maar het UWV besloot in april 2007 op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek de uitkering niet te herstarten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat er onvoldoende aanleiding was om de vastgestelde belastbaarheid te betwijfelen. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij sinds juni 2006 meer beperkt was en niet in staat om haar functie als docente Verzorging uit te oefenen, mede omdat het UWV aan haar werkgever een advies over functieongeschiktheid had gegeven.
De Raad concludeerde echter dat er geen reden was om aan het medisch onderzoek en de conclusies van het UWV te twijfelen. Appellante had geen aanvullende medische informatie overgelegd die haar beperkingen anders zou doen beoordelen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WAO-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.