Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK2096

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-7005 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging WGA-uitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij recht heeft op een WGA-uitkering van 70% van zijn WIA-maandloon, omdat hij meer dan 35% maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep wordt dit oordeel bevestigd.

De Raad overweegt dat het medische onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig is verricht. De arts heeft onder meer informatie van de huisarts en behandelend psychiater meegenomen en zelf een onderzoek verricht. Hierbij zijn forse functionele beperkingen vastgesteld, onder andere op het gebied van concentratie, geheugen, sociale functies en arbeidsduur (circa 20 uur per week). Appellant heeft geen medische stukken overgelegd die de ernst van zijn beperkingen verder onderbouwen.

Ook de bezwaarverzekeringsarts heeft het dossier bestudeerd en geen aanwijzingen gevonden voor een ernstiger situatie. De Raad ziet dan ook geen aanleiding voor een nader onderzoek. Daarnaast acht de Raad de voorgestelde functies medisch geschikt voor appellant. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant recht heeft op een WGA-uitkering van 70% wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

08/7005 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2008, 07/2087 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 4 november 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.P. Kuijper, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Kuijper. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Sowka.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 1 februari 2007 heeft het Uwv op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) vastgesteld dat er voor appellant met ingang van 25 januari 2007 recht is ontstaan op een WGA-uitkering. In de daarbij gevoegde toelichting is vermeld dat appellant meer dan 35%, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is geacht en dat zijn uitkering 70% van zijn WIA-maandloon bedraagt.
1.2. Het tegen dit besluit door appellant gemaakte bezwaar is bij besluit van 26 juni 2007 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Het hoger beroep keert zich tegen het oordeel van de rechtbank inhoudende dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is. Appellant meent, samengevat, dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig is verricht en dat zijn psychische klachten en daaruit voortvloeiende beperkingen voor het verrichten van arbeid zijn onderschat. Appellant meent dat hij volledig arbeidsongeschikt is.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. De Raad heeft geen reden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medische onderzoek van het Uwv en de juistheid van de conclusies daarvan. Daartoe overweegt de Raad dat de verzekeringsarts E. Distelrath door het Uwv ingewonnen informatie in beschouwing heeft genomen van appellants huisarts I. Boyraz van 16 oktober 2006 en van de behandelend psychiater S. Bissesur van 10 november 2006. Distelrath, die ook zelf een onderzoek naar de psyche bij appellant heeft verricht, heeft vervolgens vastgesteld dat voor appellant (forse) functionele beperkingen gelden, zoals voor concentreren, herinneren, werk met veelvuldige deadlines of productiepieken en werk met een hoog handelingstempo. Voorts heeft zij appellant fors beperkt geacht in zijn sociale functioneren. Ten slotte heeft zij aangegeven dat appellant gemiddeld hooguit ongeveer 20 uur per week kan werken. Appellant heeft geen medische stukken overgelegd waaruit zou volgen dat zijn gezondheidssituatie ernstiger is dan waarvan Distelrath is uitgegaan. De bezwaarverzekeringsarts R.H.J. van Glabbeek heeft nadere informatie ingewonnen bij de huisarts van appellant, het dossier bestudeerd en de hoorzitting bijgewoond. Hij heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat appellant op 25 januari 2007 meer of anders beperkt was dan door Distelrath is aangenomen. Ook in hoger beroep heeft appellant ter ondersteuning van zijn standpunt geen medisch stuk ingebracht dat twijfel doet rijzen aan de juistheid van de vaststelling van zijn functionele beperkingen op de in geding zijnde datum. Voor een nader onderzoek door een deskundige, als door appellant is bepleit, ziet de Raad in deze situatie geen aanleiding.
4.2. Voorts is de Raad van oordeel dat, gelet op de voorhanden zijnde arbeidskundige rapporten, de aan appellant voorgehouden functies in medisch opzicht voor hem geschikt zijn te achten.
4.3. Dit brengt mee dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, zal worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2009.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) I.R.A. van Raaij.
EK