ECLI:NL:CRVB:2009:BK2106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant, werkzaam als senior technisch medewerker bouwkunde, viel in 1998 uit wegens rugklachten en kreeg een WAO-uitkering. Na herbeoordeling concludeerden artsen en arbeidsdeskundigen dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk zonder urenbeperking. Het UWV trok daarom de WAO-uitkering in.
Appellant voerde aan dat zijn klachten niet goed waren weergegeven en dat een urenbeperking noodzakelijk was, onderbouwd met praktijkervaring en medische verklaringen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook de Raad onderschreef dit oordeel.
De Raad stelde vast dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren en dat de eigen mening van appellant niet doorslaggevend was. Er waren geen aanwijzingen dat appellant niet in staat was zijn werk te verrichten. Volgens vaste jurisprudentie leidt geschiktheid voor eigen werk tot de veronderstelling dat geen arbeidsongeschiktheid bestaat, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, wat hier niet het geval was.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk zonder urenbeperking.