ECLI:NL:CRVB:2009:BK2527
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering wegens ontbreken oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1942, heeft in november 2007 een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat zij als kind van twee Joodse ouders heeft geleden onder de Duitse bezetting. Verweerster wees de aanvraag af op 10 april 2008 en handhaafde dit besluit na bezwaar.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat erkenning als burger-oorlogsslachtoffer vereist dat de aanvrager direct betrokken is geweest bij oorlogsgeweld zoals omschreven in artikel 2 van Pro de Wet. Uit de beschikbare gegevens, waaronder het sociaal rapport, kon niet worden vastgesteld dat appellante door oorlogsgeweld is getroffen. Een Joodse afkomst alleen leidt niet tot rechten onder de Wet.
Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond en wijst de aanvraag af. Tevens is geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat niet is vastgesteld dat zij direct door oorlogsgeweld is getroffen.