ECLI:NL:CRVB:2009:BK2530
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellant, geboren in 1939 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in maart 2007 een periodieke uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat zijn vader in krijgsgevangenschap was overleden en dat hij zelf psychische klachten had die verband houden met deze situatie.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat appellant zelf geen vervolging had ondergaan en er geen materieel belang was om hem met de vervolgde gelijk te stellen. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar. Medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs, gebaseerd op een onderzoek door arts A.J. Maas, concludeerden dat de psychische klachten van appellant niet leidden tot een verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdsgenoten of een medische noodzaak tot voorzieningen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit van de Raadskamer WUV deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd. Er waren geen nieuwe gegevens die tot een ander oordeel leidden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.