ECLI:NL:CRVB:2009:BK2658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig adjunct-hoofd/leidster kinderopvang, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2007 werd haar uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV was afgenomen tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij het medische onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld en de vastgestelde belastbaarheid werd bevestigd.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij door pijnklachten en medicatie niet in staat zou zijn om in een voltijds dienstverband te werken. Zij betoogde dat het medische onderzoek onvoldoende was en verzocht om een onafhankelijk deskundigenonderzoek. De Raad vond echter geen nieuwe medische gezichtspunten die aanleiding gaven tot een ander oordeel dan de rechtbank en onderschreef het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat er geen indicatie was voor een urenrestrictie.
De eigen opvatting van appellante werd niet onderbouwd met objectief-medische gegevens. De Raad zag daarom geen reden om het verzoek tot raadpleging van een onafhankelijk deskundige toe te wijzen. Gezien de vastgestelde belastbaarheid achtte de Raad het voldoende aannemelijk dat appellante in staat was de betrokken functies te vervullen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.