ECLI:NL:CRVB:2009:BK2661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van herziening WAO-uitkering op medische en arbeidskundige gronden
Appellant, laatstelijk werkzaam als werktuigbouwkundig tekenaar, ontving een WAO-uitkering die in 2007 werd herzien. Het UWV stelde dat appellant vanaf 10 april 2007 geschikt was voor passende arbeid met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%, ondanks psychische en cardiale beperkingen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en het UWV stelde het herzieningsmoment uit tot 5 september 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 45 tot 55% per 5 september 2007, waarbij zij oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV voldoende was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij niet in staat was de passende functies te vervullen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat appellant's medische klachten niet met nieuwe medische gegevens waren onderbouwd. De Raad vond de functies passend gelet op de belastende aspecten en de arbeidskundige rapportages, waaronder het handelingstempo van de functies wikkelaar en productiemedewerker industrie.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter C.W.J. Schoor op 6 november 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.