ECLI:NL:CRVB:2009:BK2663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellante, sinds 1997 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten, ontving een WAO-uitkering van 80-100%. Het UWV herzag deze uitkering in 2007 naar 25-35% arbeidsongeschiktheid, wat door appellante werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen ongewijzigd zijn, maar beter beheersbaar door therapie. Ze stelde dat het medisch onderzoek ontoereikend was en dat actuele medische informatie ontbrak. Tevens betoogde zij dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd te laag waren en haar psychisch negatief beïnvloedden.
De Raad oordeelde dat appellante geen nieuwe medische gegevens had ingebracht die de eerdere conclusies van de verzekeringsartsen in twijfel trokken. De arbeidskundige uitleg bevestigde dat de belastbaarheid binnen de gestelde grenzen viel. Ook het argument over het functieniveau werd verworpen, omdat sinds 1993 het opleidingsniveau geen criterium meer is bij de beoordeling van bruikbare functies.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtsgeldig is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.